Ziggo Sport 14 Ziggo Sport 14

Formule 1 uitgelegd: veiligheid

donderdag 13 september 2018

Formule 1 uitgelegd: veiligheid

Techniek speelt een belangrijke rol in de Formule 1. Gecompliceerde techniek uit de sport komt later vaak terug in straatauto’s, maar is soms lastig te begrijpen. In ‘Formule 1 uitgelegd’ nemen we daarom voor elke grand prix een stukje techniek onder de loep. Deze keer: de veiligheid.

Anno 2018 zijn de Formule 1-auto’s erg veilig. De ongelukken van Charles Leclerc en Marcus Ericsson in België en Italië hebben dat eens te meer bewezen. De Formule 1 is niet altijd zo veilig geweest als nu, want de huidige situatie is tot stand gekomen door het veelvuldig invoeren van nieuwe ontwikkelingen.

VEILIGHEID PAS VANAF JAREN '60 VAN BELANG

Toen de Formule 1 in 1950 begon, was veiligheid niet belangrijk. De auto’s moesten vooral snel zijn en werden dan ook naar die filosofie gebouwd. Zelfs zaken als gordels waren niet verplicht. Pas vanaf het begin van de jaren ’60 werd er meer aandacht besteed aan veiligheid. In 1961 kwam de roll-bar in de Formule 1, waarmee een coureur veilig moet blijven als een auto over de kop slaat.

In de zestiger jaren werden ook de ingebouwde brandblusser, brandwerende overalls, gesloten racehelm en het vlaggensysteem geïntroduceerd. Met dat vlaggensysteem wordt door middel van verschillende vlagkleuren aangegeven dat er bepaalde gevaren dreigen. Zo waarschuwt de rood-geel gestreepte vlag voor vloeistoffen op het circuit en de gele vlag voor een gevaar.

Het vlaggensysteem werd in de zestiger jaren in de Formule 1 geïntroduceerd

Veiligheidsinnovaties in de jaren ’70 hadden vooral betrekking op de circuits. De pitstraat moest nu met een muur afgesloten zijn van de racebaan, dubbele vangrails werden verplicht en ook moest elk circuit een medisch centrum hebben. Ook de auto’s werden veiliger: er kwamen hoofdsteunen in de cockpit en in 1972 werden zespuntsgordels eindelijk verplicht in de Formule 1.

INTRODUCTIE KOOLSTOFVEZEL BELANGRIJK VOOR FORMULE 1

Een van de belangrijkste ontwikkelingen volgde in 1981. McLaren introduceerde in dat jaar een chassis van koolstofvezel. In de jaren daarna werd dat lichtere en sterkere materiaal de standaard in de Formule 1. Ook naast het circuit werd er weer een stap gezet richting een veiligere sport, want bij elke race moest er een medische helikopter op stand-by staan.

De verbeteringen volgden elkaar in rap tempo op in de jaren ’90. Crashtests werden strenger en strenger, coureurs moesten makkelijker uit de cockpit kunnen klimmen en de spiegels moesten groter worden. Een snelheidslimiet in de pits werd geïntroduceerd, medische voorzieningen op de circuits werden verder uitgebreid en grindbakken werden deels vervangen door uitloopstroken van asfalt.

De Medical Car levert onmiddelijk medische hulp na ongelukken

HEDENDAAGSE BOLIDES ERG VEILIG

Tegenwoordig is de Formule 1 veiliger dan ooit. Dat begint al bij de uitrusting van de coureurs. Zij dragen nu meerdere lagen met brandwerende kleding en hebben de beschikking over hele lichte helmen van koolstofvezel. Wat coureurs verder helpt, is de introductie van het HANS-systeem in 2003. Daardoor wordt de bewegingsvrijheid van de hoofden van coureurs beperkt, wat gunstig is in het geval van een ongeluk.

De auto’s zelf zijn ook een stuk veiliger geworden. Grotere hoofdsteunen en de in 2018 geïntroduceerde halo beschermen het hoofd van de coureur. Ook de rest van de auto is nog sterker geworden door het gebruik van koolstofvezel en kevlar.

Formule 1-auto’s zijn daardoor bijna een soort bunkers geworden, waarin coureurs behoorlijk veilig zitten. Crashes als die van Robert Kubica tijdens de GP van Canada in 2007, Fernando Alonso tijdens de GP van Australië in 2016 en Marcus Ericsson tijdens de GP van Italië dit jaar hadden in de jaren ’70 en ’80 misschien wel een heel andere afloop gehad.

VEILIGHEID IS NIET TE GARANDEREN

Dat betekent niet dat de veiligheid van de coureurs geheel te garanderen is. Dat was te zien bij de crash van Jules Bianchi tijdens de GP van Japan in 2014. Hij overleed als gevolg van de verwondingen die hij bij dat ongeluk opliep. Daar moet bij gezegd worden dat die crash plaatsvond onder uitzonderlijke omstandigheden: hij knalde zijdelings tegen een kraanwagen.

Het laatste dodelijke ongeluk dat daarvoor plaatsvond, was die van Ayrton Senna in 1994. In de jaren daarvoor waren dodelijke ongelukken een stuk gebruikelijker dan nu, wat aantoont dat de Formule 1 duidelijk grote stappen gemaakt heeft op het gebied van veiligheid.